menu

Recensie van een nieuwe aanwinst De Bibliotheek van Rudolf Steiner 

De Bibliotheek van Rudolf Steiner

Catalogus van een boekenverzameling

Een bespreking

Wanneer je, zoals ik, het geluk had de antroposofie van Rudolf Steiner te leren kennen, dan wordt daarmee langzamerhand ook de persoon die hij was steeds interessanter. En verbazingwekkender!

Nu is er een boek verschenen van 1264 bladzijden waarin een opsomming staat van alle boeken die aantoonbaar in Rudolf Steiners bezit zijn geweest. Aantoonbaar! Want het feitelijke aantal is nog veel groter geweest dan de 9074 titels die in dit boek verzameld zijn. Dat bleek toen na het verbod van de Antroposofische vereniging in Duitsland, 1935, de voormalige woning van Rudolf Steiner werd leeggehaald. Meer daarover hieronder.

Het kolossale aantal boeken en tijdschriften dat hij in handen heeft gehad en zijn belangstelling voor nieuwe uitgaven tot het laatst toe, laat zien dat hij niets aan het toeval overliet als het er om ging de kennis en de cultuur van zijn eigen tijd zich eigen te maken en daardoor de antroposofie geheel in zijn tijd te kunnen plaatsen.

Al deze boeken en tijdschriften hebben nooit bij elkaar gestaan. Er stonden collecties op plaatsen waar Rudolf Steiner kortere of langere tijd verbleef, zoals in München, Berlijn, Stuttgart en uiteraard Dornach. Er zijn titels waarvan de samenstelster aanneemt dat ze in het bezit van Rudolf Steiner zijn geweest, bijvoorbeeld op grond van facturen.

Alle boeken in het bezit van Marie Steiner die voor 1925 verschenen waren, zijn opgenomen in deze ‘Verzeichnis’ (lijst, catalogus).

Rudolf Steiner en het boek

Als 14-jarige scholier ging Rudolf bijles geven en dat bezorgde hem een klein eigen inkomen. Zoals hij later in een voordracht vertelt behoorde het tot ‘zijn goede karma’ dat juist in deze tijd de Universal-Bibliothek van Reclam begon, een voorloper van de pocketboeken. Tot de eerste werken die daarin verschenen behoorden de boeken van Kant en de ‘Kritik der reinen Vernunft’ was het eerste Reclam-boek dat hij zich aanschafte. In diezelfde tijd leerde een collega van zijn vader, in dienst van de spoorwegen, hem het boekbinden. Deze vaardigheid paste hij meteen toe door Kants boek in katernen uiteen te nemen en in te voegen in het geschiedenisboek op school. Dat boek hadden de leerlingen voor zich liggen en de geschiedenisleraar deed niet meer dan daaruit voorlezen. Zo besteedde hij zijn tijd toch nuttig want mede op grond van deze lectuur kon hij niet veel later zijn tijdgenoten proberen af te helpen van een ‘ongezond geloof in Kant’.

Nog even over dat geschiedenisboek dat Rudolf Steiner in de les voor zich had liggen.

Bewaard zijn (fragmenten van) twee geschiedenisboeken die in die tijd op scholen werden gebruikt. Niet onwaarschijnlijk dat deze op zijn school werden gebruikt en hij deze voor zich had liggen.

Tijdens zijn studie in Wenen was Rudolf Steiner bibliothecaris van de Deutsche Lesehalle, een studentenbibliotheek. Soms schreef hij wel 100 ‘Pumpbriefe’ per week: Dat waren brieven waarin hij een auteur vroeg een exemplaar van een boek aan de bibliotheek te schenken. Doorgaans lukte dat en ‘ik had daardoor de mogelijkheid in grote omvang de literatuur van die tijd te leren kennen op het gebied van wetenschap, kunst, cultuurgeschiedenis en politiek. Ik was een ijverige lezer van de geschonken boeken.’

Van 1890-1897 woont Rudolf Steiner in Weimar waar hij de natuurwetenschappelijke werken van Goethe uitgeeft. Hij is dan ook zelf een ijverige bezoeker van bibliotheken: in die periode leende hij ongeveer 200 boeken. Op een keer bezoekt hij de Weimarer Landesbibliothek en vraagt een boek ter inzage dat Goethe zelf bij zijn botanische studies gebruikt had. Het hoofd van de bibliotheek gaat het zelf voor hem halen, valt, breekt z’n heup en sterft twee jaar later. In Mein Lebensgang schrijft Steiner: ‘Ik leed onder de pijnlijke gedachte dat zijn ongeluk gebeurd was toen hij een boek voor mij ging halen’

In 1896 vraagt Elisabeth Förster-Nietzsche aan Rudolf Steiner een catalogus te maken van Friedrich Nietzsches bibliotheek, die bestond uit 1077 exemplaren. In Mein Lebensgang kan men nalezen welk een indruk het doornemen van deze boeken waarin Nietzsche vele aantekeningen had geschreven, op hem maakte.

In 1897 verhuist Steiner naar Berlijn. In zijn woning aan de Motzstrasse richt hij voor het eerst een eigen bibliotheek in.

In hetzelfde jaar wordt Steiner redacteur van een tijdschrift, het Magasin für Literatur. Ongeveer 120 recensie-exemplaren uit deze periode maken deel uit van zijn bibliotheek.

In de jaren daarna, wanneer hij steeds meer voor zijn voordrachten op reis gaat, ontstaat de hierboven al genoemde situatie, dat zijn boeken in verschillende pleisterplaatsen waren ondergebracht.

Op 8/9 november 1923 doet Adolf Hitler een greep naar de macht en meteen daarna besluit Rudolf Steiner Duitsland te verlaten. Hij stuurt Anna Samweber naar Berlijn om de huur van de woning op te zeggen en om die papieren en boeken op te sturen, die hij voor de toekomst wilde redden.

Wanneer dan veel later, in 1935 de Antroposofische vereniging in Duitsland verboden wordt, blijkt dat nog zeer veel boeken van Rudolf Steiner en zijn vrouw in de woning in Berlijn aanwezig waren: de Gestapo neemt dan nog 33 kisten met boeken in beslag uit deze woning. Dat wijst er op dat Rudolf Steiners boekenbezit nog veel groter geweest is dan wij nu kunnen weten. Een getuige van dit gebeuren, de schilder Julius Hebing, vertelt: ‘Bij het afbreken van een van de grote boekenkasten viel van de achterkant van het bovenste vak voor mijn voeten het enige boek dat de Gestapo ontgaan was: het was Steiners handexemplaar van de kleurenleer van Goethe.’

Hoe las Rudolf Steiner?

Boeken waren voor Rudolf Steiner gebruiksvoorwerpen. Van een groot aantal boeken is alleen een fragment bewaard. Op zijn voordrachtsreizen nam hij vaak alleen losgemaakte katernen mee en dat is ook wat van vele boeken nog is overgebleven. Het ging hem puur om de inhoud.

Rudolf Steiner las buitengewoon efficiënt. Daarover, hoe men zo doeltreffend mogelijk leest, zijn verschillende malen vragen aan Rudolf Steiner gesteld. Herbert Hahn bij voorbeeld vertelt over een gesprek van Steiner met een Nederlandse hoogleraar. Deze vroeg hoe je het voor elkaar krijgt je op de hoogte te stellen van wat in de verschillende wetenschappen allemaal ontwikkeld wordt, terwijl alleen al wat op je eigen vakgebied verschijnt nauwelijks valt te overzien.

Rudolf Steiner zei:’ Mijn beste mijnheer professor …, ik geloof dat u het niet goed aanpakt. (…) U moet de boeken en tijdschriften niet van A tot Z lezen. U moet ze meteen op de juiste plaats opslaan.’ ‘En wat noemt u de juiste plaats?’ ‘De plaats waar het op aankomt (…), waar het wezenlijke staat, het karakteristieke, wat de auteur eigenlijk te zeggen heeft. Ik geef jongelui, bijv. studenten oefeningen. Zij maken zich het meditatieve leven eigen, dat weliswaar heel andere doelen heeft. Maar wie het op de juiste manier beoefent verkrijgt in de loop der jaren als een zegenrijke toegift ook de bekwaamheid in de zogenaamde alledaagse dingen steeds praktischer te worden. Hij pakt dan meteen op het juiste punt aan. En hij slaat steeds vaker boeken open op de juiste bladzijde.’

Kanttekeningen – sporen die Rudolf Steiner in boeken achterliet.

In zeker 2000 boeken staan aantekeningen van Steiner. Ook liet hij ezelsoren in boeken achter om belangrijke bladzijden te markeren. Soms ook krachtige strepen. De illustraties laten daar vele voorbeelden van zien.

Ook staan hier en daar krachtige opmerkingen. Op de titelpagina van een boek over Nietzsche schrijft hij: ’Verfasser ein Papagei mit Kamelhöcker’: de schrijver is een papagaai met de bult van een kameel.

Ook zijn er aantekeningen in het stenografische schrift dat hij zich als 14-jarige eigen maakte.

Verder zijn er inktvlekken; en er is een boek met brandschade. Deze ontstond, naar wordt bericht, ‘toen Steiner gisternacht zijn pijp wilde aansteken waarbij de hele schrijftafel in vlammen is opgegaan.’

Rudolf Steiner schreef vaak zijn naam in een boek dat hij bezat. Er zijn tien voorbeelden van hoe hij zijn naam schreef tussen 1877 en 1924. Ten slotte gebruikte hij ook een stempel.

De indeling van de catalogus.

De catalogus is ingedeeld in 25 afdelingen: van Anthroposophie tot en met Zeitschriften.

De eerste afdeling van antroposofische auteurs heeft de meeste opdrachten aan Rudolf Steiner. De tweede, Belletristik, dus schone letteren, literatuur, is met 1644 titels de grootste. Overigens: 43 titels hiervan ontbreken fysiek.

In deze afdeling zijn niet opgenomen werken van en over Goethe: deze zijn ondergebracht in een aparte afdeling (van 397 titels).

Door de afdeling Okkultismus bladerend zag ik dat van H.P. Blavatsky 17 titels aanwezig waren. Een daarvan is The key to Theosophy, derde druk 1893. Dit boek werd in 1893 in het Duits vertaald door Eduard Hermann. Maar er is ook een vertaling door Rudolf Steiner, tweede druk 1907, IX +251 pagina’s! Bij deze titel staat een verwijzing naar brieven van Steiner waarin hierover wordt bericht.

Ten slotte

Hoe belangrijk voor Rudolf Steiner tot het eind van zijn leven boeken waren blijkt uit een getuigenis van Günther Wachsmuth (1893 – 1963) die hem tot het laatst toe op zijn ziekbed bezocht: ‘Daar hij nu niet meer de boekhandels kon bezoeken en de antiquariaten, rijk aan schatten, werd mij de moeilijke taak toebedeeld permanent voor hem die boeken uit te zoeken en te laten bezorgen die hem mogelijk zouden interesseren (…) Steeds wanneer ik nu met een grote stapel op zicht gestuurde boeken zijn ziekbed bezocht, dan was het iedere keer weer een spannend ogenblik wanneer hij bedachtzaam boek voor boek in ontvangst nam, titel en auteur bekeek, enkele bladzijden opsloeg en zijn keuze maakte. De boeken die hij wilde behouden en lezen stapelde hij telkens op de rechter rand van het bed, die hem niet interesseerden op de linker (…) En het was ook zeer leerzaam daarbij te ondervinden wat hij in de stortvloed van nieuwe uitgaven interessant en wezenlijk vond of niet, wanneer hij met enkele woorden auteur en thema van de boeken karakteriseerde en beide in een grotere samenhang bracht. Wanneer hij de machtige stapel boeken die op de rechter rand van het bed bleven liggen bestudeerd had, naast alle andere werkzaamheden en ondanks zijn ziekte, is een raadsel maar uit opmerkingen die hij af en toe maakte bij de volgende bespreking bleek, dat hij zich met de inhoud ervan grondig had beziggehouden.’

Jaap van Waning, Zutphen, augustus 2019

Rudolf Steiners Bibliothek, Verzeichnis einer Büchersammlung.

Im Auftrag der Rudolf Steiner Nachlassverwaltung bearbeitet von Martina Maria Sam.

Rudolf Steiner Verlag, 2019

1264 pagina’s; inleiding p. 9 – 88.

99 afbeeldingen; 2 leeslinten (paars en rood).

(De citaten zijn door mij in het Nederlands vertaald.)