menu

2023: 100 jaar na de Weihnachtstagung 

Ter voorbereiding op het herdenkingsjaar 2023

Eerste ontwerptekening van het 2e Goetheanum

In 2023 is het 100 jaar geleden dat op 18 november de Antroposofische Vereniging in Nederland werd opgericht. Voor Rudolf Steiner, die daar bij aanwezig was, was het oprichten van autonome landelijke verenigingen voorwaarde voor de oprichting van de gezamenlijk in vrijheid te stichten Algemene Antroposofische Vereniging. Dat laatste gebeurde tijdens de zogeheten Weihnachtstagung, die begon op 25 december 1923.

Ook in Ontmoetingscentrum Enkidoe bereiden we ons op verschillende manieren voor op de herdenking van deze bijzondere gebeurtenis.

Iets over de voorgeschiedenis

Tijdens de Kerstbijeenkomst in 1923 werden de oude mysteriën door Rudolf Steiner vernieuwd en openbaar gemaakt. Hijzelf noemt dat de belangrijkste gebeurtenis in zijn leven.

Dat riep bij velen, zo ook bij Jac Net, de vraag op, waaróm Steiner dat zo beschouwde. Een vraag waarmee Jac lang heeft geleefd. Een vraag ook, die hem inspireert om te zoeken naar de actualiteit in die gebeurtenis van 100 jaar geleden.

Hieronder volgt in een grote boog een samenvatting van de gesprekken die hij voerde met Heleen de Weger over wat zijn zoektocht hem tot nu toe bracht.

Uitgangspunt daarbij was dat voor Rudolf Steiner de mens uit de geestelijke wereld komt met een opdracht die samen met geestelijke wezens is ontwikkeld. De aardse geschiedenis heeft daardoor haar oorsprong in de kosmos, in de geschiedenis die uit de geest gelezen kan worden. Steeds zijn er dan op aarde mensen, ‘geestelijke reuzen’, dankzij wie degenen die na hen komen ‘verder kunnen kijken’.

Of, zoals Bernard van Chartres, de 12e eeuwse neoplatonistische filosoof, het uitdrukte: ‘Wij zijn dwergen zittend op de schouders van reuzen, zodat wij meer en verder zien dan zij, niet zozeer door de scherpte van onze eigen blik of door de lengte van ons lichaam, maar omdat wij in de hoogte worden getild en verheven worden door de grootheid van reuzen.’

Aan de ‘geestelijke reus’ Rudolf Steiner hebben we het te danken dat wij nu weet hebben van de bovenzinnelijke school die Michaël oprichtte, teneinde de aardse geschiedenis in een doorchristelijkte, menselijke richting te buigen, toen het materialisme de mensheid m.n. in Europa, begon te ‘ont-menselijken’.

Daar was veel aan vooraf gegaan, zowel op aarde als in bovenzinnelijke regionen. Met name twee spirituele impulsen springen in het oog.

In de negende eeuw, ongeveer ten tijde van het Concilie van Constantinopel (869) vond in de bovenzinnelijke, geestelijke wereld een belangrijke ontmoeting plaats tussen vier individualiteiten.

Enerzijds waren dat Harun al Raschid, die tijdens zijn aardeleven een vooraanstaande en hooggeleerde Arabische wetenschapper was geweest, plus zijn leermeester. Op hun leer baseert een natuurwetenschap die is ontdaan van iedere vorm van goddelijkheid, van geestelijke oorsprong.

De beide andere individualiteiten waren Alexander de Grote en zijn leermeester Aristoteles. Deze ontmoeting berustte in eerste instantie op de bewondering van Harun al Raschid voor de wetenschap van Aristoteles, maar leidde tot een splitsing omdat in de geestelijke wereld bleek dat deze leer in verbinding met Christus staat. De consequenties van deze gebeurtenis in de geestelijke wereld, in de engelhiërarchieën en in het lot van de mens, zijn immens.

De tweede belangrijke impuls in samenhang met de Michaëlsschool, was een ‘hemels concilie’ aan het begin van de 13e eeuw (ong. van 1203-1225), waar platonische en aristotelische zielen bijeenkwamen. De abt van de Cisterziënzer kathedraal van Chartres, de platonicus en veelzijdig hooggeleerde Alanus ab Insulis, was in 1203 gestorven en nam als zodanig deel aan dat concilie in de wereld van de geest.

De platonische zielen wisten van de op handen zijnde komst van koude intelligentie in Europa. Zij beseften ook dat door hun aard aristotelische zielen beter in staat zouden zijn om zich daartegen in het verweer te zetten, om het koude Arabische denken een tegenwicht te bieden: zo werd in 1225 Thomas van Aquino geboren.

In zijn tijd bloeiden in Europa de uit kloosterscholen voortgekomen universiteiten op. In deze zelfde periode ontstond ook de zogeheten Scholastiek, een combinatie van wijsbegeerte en godsgeleerdheid, die aansloot op Aristoteles. Arabische geleerden, die nominalisten werden genoemd, streden fel met aristotelische Dominicanen. Nominalisten, voor wie een woord niets is dan een inwisselbare benaming, streden met Realisten, die een scheppend principe herkenden in het woord, de Logos. Er dreigde een fundamentele splijting te ontstaan in de Europese mensheid. En wel één waardoor er te vroeg een materialistisch wereldbeeld in de zielen van de mensen zou worden geplant.

Dat is, in mensenwoorden, ‘de aanleiding’ voor de aartsengel Michaël om een bovenzinnelijke school in te richten waarin zielen worden toegerust om wanneer het materialisme hoogtij zal vieren, de mensen weer de weg naar de geest te doen vinden.

Michaël veroorzaakte daarmee een uiterst noodzakelijke bundeling van krachten door alle geestelijke stromingen bijeen te brengen die streefden naar reinheid van de ziel. Dat waren veelal zielen uit ketterse stromingen: Katharen, Bogomilen, Waldenzen, maar ook het Parcival geslacht, de Dominicanen, en allen die bij de oude mysteriën behoorden, van het noorden zowel als van het zuiden. Zij dienden de fakkel door te dragen op aarde. Tot deze school behoorden eveneens hiërarchische wezens, die zich rond Michaël schaarden.

Uiteraard bleef dat in het bovenzinnelijke krachtenveld niet onopgemerkt: ahrimanische krachten traden versterkt op, van de 15e tot de 17e eeuw. In de bovenzinnelijke wereld infiltreerden ze in de Michaëlsschool, waar ze aan m.n. de Alexanderziel een geduchte tegenstander hadden. Alexander kon echter niet álle duisternis verdrijven uit de gedachten van de zielen, zogeheten ‘idolen’, brokstukken van Ahrimanische inwerking, bleven in de hoofden van opnieuw geïncarneerde mensen vastgehaakt.

Zo kon het gebeuren, zoals Rudolf Steiner ons liet weten, dat in de 16e eeuw (1561) Harun al Raschid incarneerde als Lord Bacon, staatsman, jurist, filosoof, wetenschapper en grondlegger van het (Engelse) materialisme.

De strijd in de hemel, en daarmee de materialistische tendens op aarde, intensiveerde tot aan het eind van het zogenoemde Duistere Tijdperk, het Kali Yuga, in 1899. Een grote rol daarin speelt op aarde ook bijvoorbeeld Karl Marx, geboren in 1818, met zijn van iedere geestelijke werkelijkheid gespeende ideeën omtrent de ideale maatschappij.

Toch werd m.n. in de late 18e en vroege 19e eeuw wel zeker ook op aarde iets opgevangen van de impuls van de bovenzinnelijke Michaëlsschool, bijvoorbeeld in de stroming van het Duitse Idealisme, en zeker ook in het magisch idealisme van Novalis. Goethe vangt in beelden iets op van de imaginatieve, kosmische cultus onder aanvoering van Michaël: in 1795 schrijft hij zijn sprookje van ‘De groene slang en de schone lelie’.

Daarin rijst uit de diepte een onderaardse tempel op die de brug kan vormen tussen het land van de schone lelie, de wereld van de geest, en de aardse wereld, waarin de drie koningen de drie zielegebieden vertegenwoordigen die de vierde koning nog in zich verenigt, maar die autonoom dienen te worden.

Vanaf het einde van het Duistere Tijdperk in 1899, 20 jaar nadat in 1879 het tijdperk is begonnen waarin Michaël de heersende tijdgeest is, begint de uitwerking van zowel het ahrimanische materialisme als de Michaëlische impuls, op aarde meer en meer zichtbaar te worden. En dan komt er een nieuwe bruggenbouwer naar voren: Rudolf Steiner. Tijdens de eerste geesteswetenschappelijke voordracht die hij hield, op 29 september 1900, Michaëlsdag, in Berlijn, ging hij in op de esoterische betekenis van genoemd sprookje van Goethe, daardoor kunnen wij nu deze verbanden zien!

Vanaf dat moment neemt Rudolf Steiner meer en meer het mensheids-leraarschap op zich. Culminerend in de Weihnachtstagung van 1923, waarin hij de oude mysteriewijsheid vernieuwd openbaar maakt en daarmee aan de mensheid schenkt.

In een tijd waarin de gevolgen van het materialisme in de harten en de hoofden van de mensen nog maar in de kinderschoenen stonden – kunnen we in onze dagen constateren – legt Steiner tijdens die Kerstbijeenkomst de Grondsteenspreuk in de harten van de mensen.

Over de periode van 1900 tot aan dat moment in 1923 in een volgende bijdrage meer.

Heleen de Weger en Jac Net

De Grondsteenspreuk bewogen

Kernstuk van de kerstbijeenkomst in 1923 was de Grondsteenspreuk die Steiner ‘in de harten van de (aanwezige) mensen’ legde.

Hij plaatst ons mensen in de eerste drie delen van deze spreuk, als drieledige mens in onze samenhang met de gehele wereldsubstantie. We worden opgeroepen om ons oefenend bezig te houden met de krachten uit de hoogten, uit de omtrek en uit de diepten van de aarde, die onze hoofden, harten en handen bevruchten.

In het vierde deel sluit Steiner aan bij de oer-kerstnacht, de ‘wending der tijden’. Uit dit laatste deel kunnen we in ons voelen de kracht putten die we nodig hebben om datgene te leven wat de eerste drie delen van ons vragen.

Ter voorbereiding op de herdenking in 2023 van zowel de oprichting van de AViN als van de kerstbijeenkomst komt een aantal Zutphense euritmisten wekelijks bij elkaar om zich bezig te houden met de euritmievormen en –aanwijzingen die Rudolf Steiner gaf voor de eerste drie delen en het vierde deel van de Grondsteenspreuk.

Bij diverse gelegenheden wordt door deze groep in het kader van de voorbereiding op 2023 aan belangstellenden de gelegenheid geboden om aan de hand van deze vormen en aanwijzingen al doende, zelf bewegend in de ruimte, de verbinding met deze spreuk te verdiepen. In de Enkidoe Agenda vind je daarover dan nadere informatie.

De statuten

In de ledengroep die met de statuten van de Algemene Antroposofische Vereniging, die Rudolf Steiner oprichtte tijdens de Kerstbijeenkomst in 1923, aan de slag gegaan is hebben we rijkelijk inspiratie op kunnen doen. De inspiratie binnen deze groep kwam van Herbert Witzenmann en werd ons aan ons overgebracht door Robert Jan Kelder.

Om kort aan te geven hoe wij begin dit seizoen hiermee zijn gaan verder werken geef ik in eigen woorden een samenvatting van datgene wat Witzenmann ontdekt heeft ten aanzien van de statuten.

Witzenmann ontdekte een wonderbaarlijke samenhang tussen de ordening van de statuten en de eerste drie hoofdverzen van de grondsteenspreuk. Hij karakteriseert de verzen als respectievelijk “Geestherinneren, Geestbezinnen, en Geestesschouwen”. Hierbij representeert het Geestherinneren de meer esoterische aspecten van de vereniging, het Geestesschouwen meer de exoterische aspecten.

Als je vanuit deze zienswijze de verschillende paragrafen van de statuten bekijkt komt er een wonderbaarlijk evenwichtig ademend ritme tot stand. De statuten 1, 5, 9, 13 blijken meer het karakter te hebben van het naar buiten toe kenbaar maken; zij maken kenbaar wat de vereniging zich voorneemt. De paragrafen 3, 7, 11, 15 geven weer welke mensen waarvoor staan binnen de vereniging. De even paragrafen, die zich steeds ertussen bevinden, slaan de brug tussen beide.

In onze studie die we thans voort willen zetten op basis van deze inzichten gaan we kijken wat deze wonderbaarlijke ritmische beweging door de statuten ons kan opleveren aan nieuwe inzichten in de inhoud van deze statuten.

Frank Verheij