menu

In verbinding met ‘de andere kant’ 

‘Wij leven dus niet gescheiden van de wereld waarin de krachten van de doden heersen, wij zijn met de doden in een gemeenschappelijke wereld. Gescheiden van hen zijn wij voor het gewone bewustzijn alleen door de bewustzijnstoestand’.

R. Steiner in GA 181, voordracht van 5 februari 1918

Zeker in de huidige tijd kun je de urgentie voelen om je bewustzijnstoestand zó te ontwikkelen dat de gestorvenen met wie we verbonden zijn, ons daardoor kunnen bereiken, ons te hulp kunnen komen. Zij en wij leven immers, nog steeds, in een gemeenschappelijke wereld. Ook al kennen we het gebied waarin zij zich nu bewegen en gedragen nauwelijks nog.

Deze urgentie en het werk van Gerhard Reisch leidden tot het initatief voor deze bijeenkomsten.

De schilder en dichter Gerhard Reisch (1899 – 1975) leefde door aanleg, ingrijpende levenservaringen en bewuste scholing, in een bewustzijnstoestand waarin hij dat gebied goed leerde kennen.

Omdat hij het immense belang onderkende, mede dankzij voordrachten van Rudolf Steiner, van het opheffen van die ‘scheidslijn’ die veroorzaakt wordt door ons wat dit aangaat slapende bewustzijn, maakte hij toegankelijke schilderingen van zijn waarnemingen ‘aan gene zijde’, in de hoop dat ze mensen zouden helpen en inspireren om langs imaginatieve weg de verbinding met de andere kant meer en meer te gaan beleven. Ter ondersteuning schreef hij er teksten bij die zijn ervaringen en waarnemingen in woorden benaderden. Deze schilderingen en teksten zijn gebundeld en als boek verkrijgbaar.

Tijdens onze maandelijkse bijeenkomsten staat telkens één afbeelding plus de bijbehorende tekst centraal.

Aan de hand van een eenvoudige methodiek probeert ieder voor zich in stilte een toegang te krijgen tot de betreffende schildering. Vervolgens wisselen we de indrukken, ervaringen, belevingen die in ons opkwamen met elkaar uit – vaak werkt de, nog weer heel andere, inbreng van de ander daarbij verrijkend.

Bij iedere bijeenkomst nodigen we vooraf in stilte dierbare gestorvenen uit om bij ons ‘werk’ aanwezig te zijn, voordat we ons op de afbeelding richten.

Zo openen we ons niet alleen voor de afbeelding vóór ons, maar ook voor hun aanwezigheid in en óm ons. We maken ruimte voor de gestorvenen, voordat we in onszelf gaan aftasten wat Gerhard Reisch’ afbeelding ‘van gene zijde’ in ons bewerkt.

En door daarvan vervolgens iets te delen met elkaar, openen we ons voor elkaar.

Deze gezamenlijke gerichtheid draagt er wezenlijk aan bij dat voor een ieder ‘het geheel meer is dan de som der delen’.

Waardoor ‘verbinding’ groeit...

René Pennings, Heleen de Weger